Officiële naam
:
 República de Bolivia
 Oppervlakte
:
 1.098.580 km²
 Aantal inwoners
:
 9.1 + miljoen
 Bevolkingsdichtheid
:
 8,1 inwoners per km2 (2006)
 Hoofdstad
:
 Sucre (La Paz is regeringscentrum)
 Munteenheid
:
 Bolivianos BOL
 Wegennet
:
 Het wegennet in Boliva is niet erg goed door gebrek aan goede ge-asfalteerde wegen. Het is verstandiger om te reizen per truck, dat in Bolivia erg populair is en goedkoper dan de bus. Reizen per trein gaat erg langzaam. Bolivia predikt zelfs de gevaarlijkste weg ter wereld te hebben, een afdaling uit het Andesgebergte.


 Code auto kentekenplaat
:
 IL
 Telefoon landcode
:
 00591
 Internet landcode
:
 .bo
 Tijdsverschil
:
GMT - 4
 
Algemeen & Geografische gegevens

Bolivia (officieel: República de Bolivia) is een presidentiële republiek in Zuid-Amerika. Het land wordt volledig omsloten door andere landen. Bolivia grenst in het noorden en het oosten aan Brazilië (3400 km), aan Paraguay (750 km) in het zuidoosten, aan Argentinië (832 km) in het zuiden en aan Chili (861 km) en Peru (900 km) in het westen. Vroeger was Bolivia twee keer zo groot en grensde het zelfs aan de Stille Oceaan (Pacific). In de loop der tijd heeft het land veel gebied verloren aan de buurlanden.
Bolivia is qua oppervlakte het vijfde land van Zuid-Amerika en meet 1.098.581 km2. Het is daarmee ongeveer net zo groot als Spanje en Frankrijk samen en ongeveer 26x zo groot als Nederland.
Bolivia ligt in het centrum van het Andesgebergte dat van noord naar zuid over het Zuid-Amerikaanse continent loopt. Het Boliviaanse Andesgebergte bestaat uit twee evenwijdig lopende bergketens. Daartussen ligt een hoogvlakte (Altiplano) die op een hoogte van ca. 4000 meter ligt. De oostelijke bergketen heet de Cordillera Oriental en daar komen toppen voor tot 6500 meter hoogte. De westelijke bergketen heet Cordillera Occidental en kenmerkt zich door veel vulkanische activiteit en droge woestijnachtige gebieden. Langs de grens met Chili liggen rijen vulkanen met de hoogste berg/vulkaan van Bolivia, de Sajama (6700 meter). Het laagste punt van Bolivia ligt bij de Rio Paraguay (90 meter boven zeeniveau).
De hoogvlakte (Altiplano) grenst in het noorden aan het Titicaca-meer en in het zuidwesten aan een gebied met woestijnen en zoutmeren. Het Titicaca-meer ligt 3810 meter boven de zeespiegel, heeft een oppervlakte van 8800 km2, is tot 400 meter diep en is het hoogst bevaarbare meer ter wereld. Dwars door het meer loopt de grens met Peru. De Altiplano heeft in een zeer ver verleden onder zeeniveau gelegen. Bewijzen daarvoor zijn de vele fossiele schelpen, koralen en zeedieren die gevonden zijn. In het oosten liggen middelhoge bergmassieven met diepe, door rivieren uitgeslepen dalen (yungas).
Ten zuiden hiervan gaat dat gebied over in een valleiengebied (valles) die nog altijd op 2000 à 3000 meter hoogte liggen. Het noordelijke gedeelte van de laagvlakte behoort tot het stroomgebied van de Amazone. Hier vinden we regenwoud (Oriente) dat naar het zuiden overgaat in een savanne-achtig landschap met grasvlaktes (pampas). In het zuidwesten liggen uitgestrekte salpeterwoestijnen en zoutmoerassen.

 
Bevolking

Bolivia telde in 2000 ca. 8.150.000 inwoners. Gemiddeld wonen er ca. 7,5 inwoners per km2. Driekwart van de bevolking leeft in de steden en in de valleien van het Andesgebergte. Ca. 56% van de bevolking bestaat uit indianen, ca. 30% uit mestiezen van indiaans/blanke afkomst, ca. 10% van (meest Spaanse) blanke afkomst en ca. 4% zijn negers en van Aziatische afkomst. 60% woont in de steden, 20% meer dan in 1976, dus de verstedelijking neemt in snel tempo toe. De grootste steden zijn La Paz (ca. 785.000 inwoners), Santa Cruz ( ca. 767.000), Cochabamba (ca. 449.000), El Alto (ca. 446.000), Orura (ca. 202.000), de hoofdstad Sucre (ca. 145.000) en Potosí (ca. 123.000). El Alto, een voorstad van La Paz, is de snelst groeiende stad van Bolivia. De samenstelling van de bevolking verschilt van plaats tot plaats: in La Paz is de helft van de bevolking indiaans en de bevolking van Santa Cruz bestaat voor driekwart uit mestiezen en Europeanen.
De gemiddelde levensverwachting in Bolivia is ca. 64 jaar. 41,2% van de bevolking is jonger dan 15 jaar; slechts 4,3% is 65 jaar of ouder. Helaas heeft Bolivia de hoogste zuigelingensterfte van Zuid-Amerika; per 1000 levend geboren kinderen stierven er in 2000 in het eerste levensjaar 63,7 kinderen. De bevolkingsgroei bedroeg in 2000 1,83%. De gemiddelde levensverwachting is 63,7 jaar.
De Quechua- en de Aymará- indianen zijn het grootst in aantal. Er leven ca. 2,5 miljoen Quechua en ca. 2 miljoen Aymará in Bolivia. De Aymará leven rond het Titicaca-meer en rond La Paz. De Quechua wonen met name in de overige gedeelten van het Andesgebergte. In de laaglanden leven veel kleinere indianenstammen zoals de Baures en Moxo- indianen. Een bekende stam zijn de Guaraní die in het zuiden van Bolivia leven. Nog maar ca. 30.000 indianen leven zoals ze altijd geleefd hebben, de rest is al beïnvloed door de westerse leefwijzen. Nomadische groepen worden bedreigd door houtkap, ziektes en kolonisatie van hun leefgebied. In totaal leven er 32 indiaanse volkeren in Bolivia.
Tot de revolutie in 1952 was er nog een strenge rassenscheiding in Bolivia in bepaalde openbare gelegenheden en stadsdelen. De armoede is zowel op het platteland als in de steden onder de indianen het grootst, hoewel de steeds groter wordende groep stedelijke indianen (cholos) het aanzienlijk beter heeft dan de indianen op het platteland. Mestiezen vormen vaak de middenstand en de hogere functies worden vaak door de blanken bekleed. De negers in Bolivia stammen rechtstreeks af van de slaven die eeuwen geleden uit Afrika gehaald werden. Nazaten van gevluchte Japanse immigranten na de Tweede Wereldoorlog leven voornamelijk in het departement Santa Cruz.

 

Talen
De officiële taal is het Spaans maar het Zuid-Amerikaanse Spaans dat in Bolivia gesproken wordt is qua zinsconstructie en uitspraak afwijkend van het Spaans in Spanje. Typisch voor het Boliviaans is het veelvuldig gebruik van verkleinwoorden. Verder zijn er per streek nog dialectische verschillen. 45% van de bevolking spreekt alleen Spaans.
Bijna de helft van de bevolking spreekt naast Spaans nog een van de twee grote indianentalen: het Quechua of het Aymará. Met name op het platteland wordt door de oudere Bolivianen een van deze twee talen gesproken. Een en ander is ook het gevolg van het gebrekkige onderwijs. Het Quechua was de taal van de vroegere Inca-overheersers en wordt nog steeds in alle Andeslanden gesproken, met name in Bolivia en Peru. In alle landen hebben zich echter verschillende dialecten ontwikkeld. De invloed van het Spaans is groot, want veel Quechua-woorden worden op z’n Spaans uitgesproken.
Het Aymará wordt met name rond La Paz en het Titicaca-meer gesproken door ca. 2 miljoen indianen. De Aymará-indianen zijn afstammelingen van de Tiwanaku-cultuur die in tegenstelling tot de Quechua hun identiteit wisten te bewaren tijdens de Inca-overheersing. Verder bestaan er nog vele indianentalen, o.a. het Guarani dat nog vrij veel gesproken wordt. Het Engels is nog niet erg bekend en wordt nog maar op weinig plaatsen gesproken.
Het Spaans en de indianentalen Aymará en Quechua verschillen natuurlijk enorm. Maar ook de tussen deze twee indianentalen onderling komen grote verschillen voor.
1 uno maya u’luc
2 dos paya iscai
3 tres quimsa quinsa
5 cinco pe(i)sa phisca
10 diez tunca chunca
morgen mañana arumanti tutamanta
zoon hijo yoka churi
zwart negro chiara yana
neus nariz nasa senca
Nederlands : hoe oud ben je?
Spaans : cuantos años tienes?
Aymará : caucca maranitasa?
Quechua : Masca huatayoctaccanqui?
 
Geschiedenis
Voor een uitgebreid verhaal over de geschiedenis van dit land klik hier.
 
Klimaat

De Andesmassieven verdelen Bolivia in klimaatzones en zijn voor het klimaat dé bepalende factor. In het noordelijk gelegen Amazonegebied is het klimaat tropisch en vochtig, in het zuidoosten is het droog en heet, in de valleien is het vrij koel en in het hoogland is het koud. Het regenseizoen valt in de zomer, van december tot april. De winter die van mei tot augustus duurt, is het droge seizoen.
Een andere manier om het klimaat globaal in te delen is de hoogte waarop dorpen en steden gelegen zijn. Boven de 4000 meter is het meestal koud (tierra fría), ’s nachts zelfs tot –20°C. Tussen de 2000 en 4000 meter is het gematigd warm tot koud. Tussen de 1500 en 2500 meter is het vaak aangenaam subtropisch weer (tierra templada). Beneden de 1000 meter is het over het algemeen tropisch warm (tierra caliente).
Op de oostelijke bergketen, de Cordillera Oriental, valt de meeste sneeuw en behoorlijk veel regen op de wat lagere delen. Op de westelijke bergketen, de Cordillera Occidental, valt zeer weinig neerslag. Door de constante temperatuur (9°C) van het Titicaca-meer heerst er rond dit meer een mild klimaat. In het zuiden en de zuidwesthoek van het land wordt het steeds kouder en kan het ’s winters streng vriezen. In het hoge Andesgebergte is de winter, die van mei tot september duurt, zonnig en droog. Op 4000 meter hoogte is het 10-15°C, maar voelt het door de felle zon warmer aan. ’s Nachts daalt de temperatuur tot onder het vriespunt. De gemiddelde zomertemperatuur ligt vaak maar enkele graden hoger dan in de winter doordat het ’s zomers vaak regent en bewolkt is. La Paz ligt bijvoorbeeld op 3658 meter hoogte; in januari is het gemiddeld 10°C en in juli 7°C; er valt gemiddeld 572 mm neerslag per jaar.
In de dalen tussen de in het oosten liggende middelhoge berggebied is het zeer regenachtig en subtropisch warm. Dit gebied gaat over in valleien (valles) met minder regen, en dan alleen nog in de regentijd van december tot april. In de laagste dalen van het Andesgebergte is het tropisch warm. In de laaglanden heerst een tropisch, vochtig klimaat. Het vriest hier nooit, maar het kan wel ineens sterk afkoelen als de Surazo waait, een koele zuidenwind. Ook hier valt de meeste regen in de zomer en dat kan zelfs tot grote overstromingen leiden doordat de rivieren de grote hoeveelheden water niet kunnen verwerken. Concepción ligt op 490 meter hoogte; in januari is het gemiddeld 24°C en in juli 20°C; er valt gemiddeld 1141 mm neerslag per jaar. Doordat Bolivia op het zuidelijk halfrond ligt, is het bij ons zomer als het daar winter is en omgekeerd.

 
Flora en Fauna

Planten en dieren


De Amazonevlakte in het noordwesten bestaat uit tropisch regenwoud, evenals het moerassige gebied in het zuidoosten. In het zuiden ligt tussen de puna- páramo- vegetatie en het llanogebied een streek met Sierra-vegetatie dat wil zeggen doornstruiken en cactussen en in hogere delen altijdgroen bos. Het Andesgebied bezit een puna-vegetatie. Het llano-gebied bezit een savannevegetatie, de hoogvlakte heeft gedeeltelijk een páramo-vegetatie en gedeeltelijk een puna- vegetatie.
In de jungle groeien nog steeds de steeds zeldzamer wordende mahoniebomen. Verder cacao- en rubberbomen, de bibosí en veel palmensoorten. In ondiepe meren komt de schitterende Victoria Regia voor. Op de Altiplano groeit niet zoveel door de kou en de geringe neerslag: lage struiken, cactussen, vetplanten, mossen en gele graspollen. Opvallend is de yareta, die boven de 4000 meter groeit en honderden jaren oud kan worden. De keñua is een boomsoort die zich zelfs tot 5200 meter hoogte staande kan houden.
De Yungas (oostelijke berghellingen) zijn voor een groot gedeelte bedekt met nevelwouden en verder varens, bergbamboe en uiteindelijk subtropisch bos met orchideeën, bromelia’s en palmen. Onder de reusachtige bomen van het tropisch regenwoud groeien veel kleine bomen en lianen en op de bodem o.a. varens, begonia’s en paradijsbloemen of heliconia’s.
De meest bijzondere plant van Bolivia is de Puya Raimundi, de grootste vetplant van de wereld met een bloemstengel tot 12 meter lengte. Voordat deze plant bloeit gaan er honderd jaar voorbij. Van de gecultiveerde planten is de aardappel de bekendste. In de Andes komen meer dan 200 soorten voor. Een andere plant die belangrijk is voor de voedselvoorziening is de yuca, die in de laaglanden wordt verbouwd. Ook maïs en quinoa worden voor de voedselvoorziening geteeld.
De bekendste groep dieren van het Andesgebergte zijn de kameelachtigen: de guanaco, de vicuña, de alpaca en de lama. De guanaco en de vicuña leven in het wild, de lama en de alpaca zijn tot huisdieren gemaakt. Zij worden gebruikt als lastdier en voor het vlees en de wol. De vicuña is een beschermd dier en er leven in Bolivia nog ongeveer 2000 exemplaren. Andere bijzondere dieren in het Andesgebergte zijn de viscacha, een grote chinchillasoort met een opvallend lange staart, de zeldzame brilbeer of Andesbeer en de condor, een roofvogel met een spanwijdte van drie meter die een grote rol speelt in de Boliviaanse mythologie. Verder nog de rhea, een nandoesoort (struisvogelsoort), en de zeer zeldzame James-flamingo. Veel voorkomende watervogels zijn Andesganzen, ibissen, kluten, futen en meerkoeten. Kolibries en papegaaien komen zelfs boven de 4000 meter nog voor en op grote hoogte leven ook nog bergtoekans.
Zoogdieren in het Andesgebergte zijn o.a. de bergocelot en de poema, de wilde marmot en de armadillo, een gordeldier. De tropische laagvlakte herbergt zeer veel dieren waaronder bekende dieren als de panter, de jaguar, de tapir, de javelí of navelzwijn en de anaconda, een reusachtige wurgslang. Apensoorten die voorkomen zijn brulapen, slingerapen en doodshoofdaapjes. Kleinere zoogdieren zijn neusberen, agouti’s (knaagdier), miereneters, otters en luiaards. In de pampagebieden leven in de rivieren o.a. waterschildpadden, roze zoetwaterdolfijnen en alligators.
De capibara is het grootste knaagdier ter wereld. De grote jabira is een ooievaarachtige en is door zijn kleuren een opvallende verschijning. Verder komen in tropisch Bolivia nog hoatzins, sterns, aalscholvers, slangehalsvogels en verschillende soorten ijsvogels voor. Van de vlindersoorten is de grote blauwe morpho de opvallendste, naast prachtige passiebloem- en pagevlinders. In het Titicaca- meer komen zalm, forel en koningsvis of pejerrey voor. De avifauna behoort tot de rijkste ter wereld. Er komen ca. 1200 soorten vogels voor; een merkwaardige kortvleugelige fuut komt alleen maar voor in de buurt van de bergmeren Titicaca en Poopó.
Door de tropische harthoutindustrie en het kappen en platbranden voor de landbouw verdwijnen er jaarlijks vele duizenden hectares bos. Maar een klein percentage wordt tot nu toe herbebost. De erosie en de uiteindelijke woestijnvorming vormt een grote bedreiging voor de planten- en dierenwereld. De laatste jaren wordt hier door de regering wel meer aandacht aan besteed. De nationale parken zijn moeilijk te bereiken, maar zouden wel een bron van inkomsten kunnen worden i.v.m. het toerisme.

 
Bron: Landenweb