Het klimaat van Chili wordt bepaald door het subtropische
gebied van hoge luchtdruk boven de Grote Oceaan en de daarmee
samenhangende Peru- of Humboldtstroom, die relatief koud
water langs de kust naar het noorden voert, en door het
Andesgebergte. Door de Humboldtstroom zijn de temperaturen
langs de westkust van Zuid-Amerika aanzienlijk lager dan
op deze geografische breedte normaal is. Het verschil met
de temperaturen aan de oostkust van het continent bedraagt
gemiddeld over het jaar genomen 4 tot 5 °C. Daardoor
wordt de lucht die naar de westkust stroomt, altijd door
het onderliggende zeeoppervlak afgekoeld en daardoor sterk
stabiel van opbouw, zodat zich geen buien kunnen vormen.
Dit betekent dat op lage breedte geen of vrijwel geen neerslag
valt.
Ten zuiden van 30° zuiderbreedte, waar zich ongeveer
de as van het bovengenoemde subtropische hogedrukgebied
bevindt, kunnen de depressies van gematigde breedte tot
de kust van Chili doordringen en zij brengen daar neerslag,
die door stuw tegen het gebergte nog wordt geïntensiveerd.
Vuurland is een van de natste streken ter wereld.
In het gebergte nemen de temperaturen met toenemende hoogte
af, voor de gemiddelde jaartemperatuur ca. 0,5 °C per
100 m. Het kustgebied in het noorden van het land heeft
veel lage bewolking, terwijl verder naar het zuiden vaak
mist voorkomt: gemiddeld 50 dagen per jaar in Valparaíso
en zelfs 90 dagen in de Golf van Peñas.
De enorme lengte van Chili is verantwoordelijk voor een
groot aantal klimaat zones. Van noord naar zuid zijn de
volgende klimaatzone ste onderscheiden:
Woestijnklimaat
Overheerst het noorden van Chili, o.a. in de Atacamawoestijn,
waar op sommige plaatsen nog nooit regen gevallen is. Aan
de kust heerst een gematigd klimaat; landinwaarts komen
temperaturen voor van meer dan 30°C, maar ’s nachts
kan het afkoelen tot temperaturen rond het vriespunt.
Hooggebergte-woestijnklimaat
Overheerst de Altiplano, met weinig regen (50-300 mm per
jaar) en veel lagere temperaturen dan in het noorden. Gedurende
het hele jaar kan nachtvorst voorkomen.
Halfwoestijnklimaat
Overheerst het ‘Kleine Noorden’, met onregelmatige
regenperiodes. Dit halfwoestijnklimaat gaat op bepaalde
plaatsen over in een warm steppeklimaat met regen in de
wintermaanden. Dit zijn de aangenaamste gebieden om te vertoeven.
Mediterraan klimaat
Overheerst Midden-Chili tot aan de Bío Bío
rivier, met eigenlijk alleen in de koele winters regenperiodes.
De zomers zijn warm en droog en achter het kustgebergte
bij de hoofdstad Santiago kan de temperatuur boven de 35°C
uitkomen.
Gematigd regenklimaat
Overheerst in de Araucanía en het merengebied, en
is een overgangsgebied tussen een mediterraan en een gematigd
klimaat. Alleen de zomermaanden zijn droog, de rest van
het jaar regent het vrij veel. De gemiddelde temperatuur
in december bedraagt een aangename 23°C.
Maritiem klimaat
Overheerst op de eilanden langs de kust en een zone vlak
langs de kust. Zeewinden duwen vochtige oceaanlucht tegen
de bergen omhoog, waardoor er het hel jaar door grote hoeveelheden
neerslag vallen, van 2000 tot 5000 mm per jaar.
Hooggebergteklimaat
Overheerst de Patagonische Andes, met veel stormen en sneeuw.
Richting Vuurland daalt de sneeuwgrens naar 800 meter!
Continentaal steppeklimaat
Overheerst op de Patagonische vlaktes, met droge zomers
en een jaarlijkse neerslag van 200-500 mm. De gemiddelde
jaartemperatuur bedraagt slechts 6-10°C.
Op Paaseiland heerst een subtropisch klimaat met het hele
jaar door regen (ca. 1150 mm), en een gemiddelde jaartemperatuur
van iets meer dan 20°C.
De Juan Fernandez-eilanden hebben een mediterraan klimaat
met vooral in de winter regen (ca. 900 mm op jaarbasis),
en een gemiddelde jaartemperatuur van 14°C.
Voor een klimaattabel zie: landenweb.com