Planten
Vroeger was Hongarije een dicht bebost gebied met een
gevarieerde vegetatie, met name in het Transdanubische middelgebergte
en het Alpenvoorland. Het waren voornamelijk eikenbossen
(zomereik, donseik en moseik), aangevuld met hopbeuken,
pluimessen en haagbeuken. Het grootste bosgebied vormt het
Bakony-woud, en ook de bergruggen Börzsöny, Bükk,
en Mátra zijn met bossen bedekt. De gevarieerdheid
van deze gebieden bestaat nog steeds, alleen het totaal
aan bossen is in de loop der jaren gedaald naar 15% van
de oppervlakte van het land. Met name de laagvlaktes zijn
bijna volledig ontbost.
Lees hier meer over op landenweb.com
Dieren
Ook voor de dierenwereld is er veel veranderd door de
grote veranderingen in de laaggelegen gedeeltes van Hongarije.
Alleen in de reservaten komen nog bijzondere inheemse soorten
voor als het Hongaarse grijze rund, buffel, het Szalonta-varken,
het Mangaliza-varken, herdershond en verschillende soorten
bijzonder pluimvee. In het struikgewas leven kleine zoogdieren
als vossen, otters, hamsters, wilde zwijnen en de bijzondere
bisamratten. Oorspronkelijk uit Azië afkomstige dieren
zijn de siezel, de blinde muis en de kleine trap.
Lees hier meer over op landenweb.com