Officiële naam
:
 De officiële naam van de republiek is Poblacht Na h'Éireann, Éire in het kort
 Oppervlakte
:
70.280 km² waarvan 2% water (bijna 2x zo groot als Nederland)
 Aantal inwoners
:
 3,9 miljoen (schatting juli 2002), waarvan 58% in stedelijke gebieden woont
 Bevolkingsdichtheid
:
bijna 55 mensen per km²
 Hoofdstad
:
 Dublin (Belfast is de hoofdstad van Noord-Ierland)
 Munteenheid
:
 Euro
 Wegennet
:
 De meeste wegen zijn smal en ook vaak slecht. Je kunt niet snel lange afstanden afleggen (maar waarom zou je ook in zo'n mooi land?)
 Code auto kentekenplaat
:
 IRL
 Telefoon landcode
:
353
 Internet landcode
:
 .ie
 Tijdsverschil
:
GMT: +0 (dus 1 uur vroeger dan in Nederland)
 
Algemeen & Geografische gegevens

De Republiek Ierland (officieel: Republic of Ireland en in het Iers: Poblacht Na h'Éireann of kortweg Éire), is een eiland en ligt westelijk van Groot-Brittannië en is ongeveer twee keer zo groot als Nederland. Het eiland bestaat naast de Republiek Ierland ook uit Noord-Ierland of Ulster dat behoort tot het Verenigd Koninkrijk. Tussen Ierland en Groot-Brittannië ligt de Ierse Zee en voor de rest wordt Ierland omgeven door de Atlantische Oceaan.

Het centrale deel van Ierland heeft een golvend landschap en wordt omringd door een rand van bergen en heuvels. Dit deel van Ierland is bezaaid met meren en meertjes o.a. Lough Corrib en Lough Neagh, het grootste meer van Ierland en Groot-Brittannië samen. Het is ook het meest vruchtbare gedeelte van het land. Tevens vindt men hier de “bogs”, uitgestrekte veengebieden. Aan de oostkust liggen duinen en de leegste en schoonste zandstranden van Europa. De westkust is zeer grillig gevormd, met diepe inhammen, hoge rotsen en loodrechte kliffen. De hoogste “berg” van Ierland is de Carrantuohill in het westelijk gelegen graafschap Kerry, en is ongeveer 1040 meter hoog. Door het noorden loopt een brede gordel van kleine steile heuvels, de “drumlins”. De langste rivier is de Shannon (370 km), die door het midden van Ierland loopt. De bekendste eilanden van Ierland zijn de Aran-eilanden die gelegen zijn in de Galway Bay aan de westkust. Door de vorm en grootte van het eiland ligt geen enkel punt op het eiland verder dan 100 kilometer van de zee af.

 
Bevolking

Sinds 1841 is het inwoneraantal door de hongersnood van 1846 en de emigratie naar vooral de Verenigde Staten, vrijwel voortdurend gedaald. In 1841 woonden nog 6,5 miljoen Ieren op het eiland. In 1900 ongeveer 4,5 miljoen, in 1915 ongeveer 4 miljoen en in 1961 werd het dieptepunt bereikt. Het aantal inwoners was teruggelopen tot 2,8 miljoen. Vanaf 1961 groeide het aantal inwoners weer. Er leven op dit moment ongeveer 3,6 miljoen mensen in Ierland. Het gemiddelde aantal inwoners per km2 bedraagt ongeveer 51, het laagste aantal van de Europese Unie. In de agglomeratie Dublin woont meer dan een kwart van het totale aantal inwoners, namelijk iets meer dan 1 miljoen. Belangrijke steden zijn verder Cork (180.000 inwoners), Limerick (60.000), Galway (50.000) en Waterford (43.000).
Door de sterke emigratie is het platteland steeds meer ontvolkt geraakt. Ruim 59% van de Ieren woont dan ook in steden. In de jaren tachtig zijn door de grote werkloosheid en de slechte economische toestand opnieuw veel Ieren naar met name Groot-Brittannië geëmigreerd (gemiddeld 19.000 per jaar). In totaal emigreren er ongeveer 50.000 Ieren per jaar naar het buitenland. Veelzeggend is dat er meer mensen van Ierse afkomst in de Verenigde Staten wonen dan in Ierland zelf. Door de toegenomen welvaart kwamen er in 1998 een record aantal immigranten (22.800) naar Ierland. De helft daarvan bestond uit naar Ierland terugkerende Ieren. Een speciale groep vormen de itinerants of travellers (ook wel Tinkers genoemd), een zwerversvolk, maar geen zigeuners. Het zijn afstammelingen van de arme boeren die door de Engelse Landlords van hun grond verdreven werden. Ook de hongersnood van 1846 noodzaakte veel Ieren om op zoek te gaan naar voedsel. Ook de afstammelingen van deze groep trekken nog steeds rond en houden zich in leven met het opknappen van klusjes en de verkoop van tinnen en koperen voorwerpen. Symbolen van Ierland zijn de harp en het klavertje-drie (shamrock).

 
Talen

Engels is de voertaal van Ierland. Het sterk afwijkende Iers (Gaelic), de oude Keltische taal, is nog steeds een verplicht vak op de lagere school. Het Iers is verwant aan het Schotse Gaelic, het Welsh en het Bretons. In sommige streken en gemeenschappen is het Iers nog steeds de voertaal. Zulke streken heten “The Gaeltacht”. Ongeveer 70.000 mensen in zeven Gaeltachts beheersen nog het Iers.
Tot en met de zestiende eeuw sprak men nog vrij algemeen Iers, daarna verboden de Engelsen om Iers te spreken. De grote hongersnood en de massale emigratie ontwrichtte het landelijke Ierse leven en daarmee ook de Ierse taal. Bovendien, wilde men iets bereiken in het door Engeland overheerste Ierland, dan moest men Engels leren spreken en schrijven. Op dit moment vinden zowel nationalisten als toeristenorganisaties dat het in stand houden van de Ierse taal van groot belang is. Het Iers is gemakkelijker te schrijven dan te spreken. De uitspraak verschilt sterk van de schrijfwijze. Om het grote verschil aan te geven tussen het Engels en het Iers volgen hier de eerste regels van het Ierse volkslied, “The soldiers song”, in de twee talen:


Engels

Soldiers are we, whose lives are pledged to Ireland.

some have come from a land beyond the sea.

Iers (Gaelic)

Sinne Fianna Fáil, atá faoi gheall ag Eirinn.

Buion dár slua thar toinn do ráinig chughainn.

 
Geschiedenis

Ongeveer 6000 jaar voor Christus vestigden zich in Ierland kleine groepjes jagers. Met name aan de noord- en oostkust zijn vuurstenen wapens en werktuigen gevonden. In de late steentijd (v.a. 3000 voor Chr.) drongen vanuit het Middellandse-Zeegebied en de Atlantische kust andere volken Ierland binnen. Zij bedreven wat landbouw, hielden dieren en stichtten vele megalithische grafmonumenten.
Het bronzen tijdperk duurde van ongeveer 2000 voor Chr. tot 500 voor Chr. Van die periode zijn nog veel wapens, gereedschap en (o.a. gouden) sieraden te zien in het National Museum te Dublin. Vanaf de vijfde eeuw voor Chr. vielen de uit Spanje, Frankrijk en Zuid-Duitsland afkomstige Kelten in golven Ierland binnen. Ze hadden ijzeren wapens en o.a. daardoor weinig moeite de autochtone bevolking te onderwerpen. De Kelten spraken een Indo-Europese taal, de basis voor het Iers of gaelic. De Kelten leefen volgens het clansysteem. Zo’n 150 kleine koninkrijkjes (tuatha) met aan het hoofd een opperkoning (Ard Rí). Het Keltische volk was verdeeld in drie klassen, de vrijen (krijgers), de onvrijen (o.a. druïden, muzikanten en dichters) en slaven. De Keltische samenleving kende geen schrift maar had wel een hoog aangeschreven vertelcultuur. De Romeinen lieten de Kelten met rust waardoor de Keltische cultuur tot grote bloei kon komen. De val van het Romeinse rijk, vanaf de derde na Chr., leidde tot een periode die ook wel de “Golden age” genoemd werd. In 432 kwam St. Patrick naar Ierland en bekeerde binnen enkele tientallen jaren heel Ierland. St. Patrick en zijn volgelingen stichtten overal kerken en kloosters en introduceerden bovendien het Latijnse alfabet. Door de problemen op het vasteland van Europa (o.a. de Volksverhuizing) was het relatief rustig in Ierland. Vele geleerden en kloosterordes vluchtten naar Ierland waardoor kunsten en wetenschap opbloeiden. De kunst van het schrijven en het illustreren bereikte een zeer hoog niveau; het Book of Kells behoort tot de mooiste geïllustreerde manuscripten uit die periode. Aan de Golden Age kwam een einde door de invallen van de vikingen. Vooral de kloosters werden geplunderd. Langs de kust werden door de vikingen handelsposten gevestigd waaruit later steden zoals Dublin, Waterford en Cork ontstonden. Ook voerden ze de geldeconomie in. In 1014 werden de vikingen verslagen bij Clontarf. Hierna versnipperde het land en viel ten prooi aan onderlinge twisten. Één van die afgezette koningen riep de hulp in van Anglo-Normandische troepen (Engeland en Normandië waren in die tijd door een personele unie verbonden) en dat was het begin van een bijna 800-jarige overheersing door de Engelsen. De Ieren verzetten zich uiteraard hevig tegen de bezetters en het lukte de Anglo-Normandiërs niet om de Ieren echt te onderwerpen. Integendeel, de Anglo-Normandiërs gingen min of meer op in de Ierse bevolking en namen gebruiken en taal over. In de vijftiende eeuw werden grote delen van Ierland dan ook overheerst door de FitzGeralds uit Kildare, een Anglo-Normandisch geslacht. Een grote verandering ving aan met de breuk van Hendrik VIII met de katholieke kerk. Hendrik stelde zichzelf aan het hoofd van de eigen anglicaanse kerk, die hij natuurlijk ook in Ierland wilde invoeren. De Ieren weigerden echter en bleven katholiek, zelfs toen Hendrik kloosters sloot en het priesterschap verbood. Na de verloren opstand van 1534 werd Ierland in 1540 verdeeld in 32 graafschappen, een indeling die nog steeds bestaat.

Lees hier meer over op landenweb.com

 
Klimaat

Ierland heeft een gematigd, mild zeeklimaat. De invloed van de Warme Golfstroom is hier debet aan. Vandaar dat Ierland geen warme zomers en strenge winters kent. De temperatuur varieert van ongeveer 5 °C in januari en februari tot ongeveer 15 °C in juli en augustus. Omdat het een vrij klein eiland is zijn er maar kleine verschillen tussen de diverse delen van het land. Het eiland staat sterk onder invloed van over de oceaan naar het Europese vasteland trekkende lagedrukgebieden; voornamelijk langs de westkust kan het vaak zeer hard waaien. De gemiddelde jaarlijkse neerslag over Ierland is groot (ca. 1100 mm). De grootste hoeveelheden vallen langs de westkust (1500-2000 mm in het uiterste zuidwesten). De hoofdstad Dublin ligt met ongeveer 750 mm in de droogste zone van het land. Het aantal dagen met neerslag is groot, evenals het gemiddeld aantal regenuren (700-1000 per jaar). Meer dan de helft van het Ierse grondgebied heeft gemiddeld 225 regendagen per jaar. In de zomer valt er gemiddeld op zo’n twaalf dagen regen. Het kan dagen achter elkaar regenen, maar het kan ook weken lang zonnig weer zijn. De minste neerslag valt in het voorjaar; de droogste maanden zijn mei en juni. Er valt over het algemeen zelden sneeuw en ook vorstdagen zijn vrij zeldzaam.

 
Flora en Fauna

Planten en dieren

Ierland wordt ook wel het “groene eiland” genoemd vanwege de vele tinten groen die het eiland overheersen. Ierland is een land met weinig bossen. Slechts 5% van Ierland is bedekt met bos, veelal aangeplant naaldhout. In een ver verleden was een groot deel van Ierland bedekt met bossen maar overbeweiding en houtkap tussen de 16e en 18e eeuw leidde tot grootschalige ontbossing. In het zuiden zijn wel drie meter hoge fuchsiahagen te zien. Op beschutte plaatsen groeien zelfs palmen, magnolia’s en aardbeibomen. Rododendron komt in Ierland zeer veel voor. Bijzonder is de flora van de Burren, een kalksteenplateau. Hier groeit alpenflora en Middellandse-Zeeflora. Verder vinden we in Ierland vlierstruiken, kamperfoelie, meidoorn, rozen en de opvallende gaspeldoorn. Orchideeën zijn met name in de duinen te vinden. Het veenland is voornamelijk begroeid met veenbessen, veenmossen en dopheide.

Lees hier meer over op landenweb.com

 

 
Bron: Landenweb