Planten
De vegetatie in het mediterrane laag- en heuvelland is
groen in de winter, bloeit in april en mei, en verschroeit
in de zomer. De oorspronkelijke vegetatie, nu zo goed als
geheel verdwenen, is een altijdgroen loofbos van steeneiken.
In de plaats daarvan overheerst de macchia, een formatie
van altijdgroene dichte en doornige heesters en dwergstruiken,
waaronder wilde olijven, oleanders, laurier, myrte, steeneiken,
gaspeldoorns en kurkeiken.
Lees hier meer over op landenweb.com
Dieren
De dierenwereld is van een Centraal-Europees en mediterraan
karakter; in het noorden treft men nog alpine vormen aan
o.a. steenbok, gems, hermelijn, alpenkonijn, bergpatrijs
en marmot. In het Gran Paradiso nationale park komt de ibex
nog voor, een soort berggeit met lange gedraaide horens.
In de Centrale Alpen leeft de chamois, een type geitantiloop
met kleine rechte horens. Bekende vogels in de Alpen zijn
het zwarte korhoen en de zeldzame steenarend.
Lees hier meer over op landenweb.com