Officiële naam
:
 Al Mamlakah al Maghribiyah, ofwel het Koningdom Marokko
 Oppervlakte
:
 446.550 km²
 Aantal inwoners
:
 31,7 miljoen
 Bevolkingsdichtheid
:
 71 inwoners per km²
 Hoofdstad
:
 Rabat
 Munteenheid
:
 Dirham (MAD)
 Wegennet
:
 Het wegennet tussen de grote steden en de route door de Atlas zijn vrij goed te noemen. Routes daarbuiten kunnen slecht van kwaliteit zijn tot onverhard.
 Code auto kentekenplaat
:
 MA
 Telefoon landcode
:
 212
 Internet landcode
:
 .ma
 Tijdsverschil
:
GMT+0, dus -1 uur in de winter en -2 uur in de zomer vergeleken met Nederland. Marokko kent geen zomertijd.
 
Algemeen & Geografische gegevens

Marokko is te verdelen in vier natuurlijke landschappen.

1. Het Rifgebergte ligt evenwijdig aan de Middellandse-Zeekust en omvat de bergketens vanaf de Monding van de Moulouya tot aan de Straat van Gibraltar. De hoogste top is de Tidirhine (2456 m). Het is weinig toegankelijk bergland met veel erosie. De kust van het noorden van Marokko is rotsachtig.

2. Het Atlasgebergte bestaat uit de Midden-Atlas (de noodwestelijkste keten van de Atlas) en de Hoge Atlas die verbonden is met de zuidelijkste keten, de Anti-Atlas. De Hoge Atlas bestaat voornamelijk uit een serie hoge plateaus (tot 2000 m), die de zuidzijde van de vlakte van de Sous begrenzen en in terrassen naar de wadi`s in het voorland van de woestijn afdalen.

3. De hoogvlakte van Oost-Marokko, een steppe in de regenschaduw van de Atlasketens. Hier ligt het brede dal van de 530 km lange Moulouya, die ontspringt op de Midden-Atlas en uitmondt in de Middellandse Zee. Afdalend van het Atlasgebergte naar het zuidoosten ligt op een hoogte van 1500 à 1600 meter een plateaulandschap, dat door een breuklijn gescheiden wordt van de Sahara. De beweging langs dit breukvlak veroorzaken soms hevige aardbevingen (verwoesting van Agadir in 1960).

4. Het gebied ten noordwesten van de Atlas. Er zijn drie landschapsvormen te onderscheiden, een vruchtbare kustvlakte, meer landinwaarts een droog, steppeachtig, minder vruchtbaar plateau en tenslotte een strook aan de voet van het gebergte. Deze laatste is rijk aan water en vormt een aaneenschakeling van boomgaarden, waarvan de oase van Marrakech het middelpunt vormt.

 
Bevolking

Ca. 36% van de bevolking bestaat uit Berbers, 20% is Arabier en 40% is gearabiseerd Berber. De helft van de buitenlanders (circa 60.000) is Frans. Verder wonen er Spanjaarden en Algerijnen. De Berbers bewonen vooral de gebieden van de Hoge Atlas en de Midden-Atlas en zijn voorland, het stroomgebied van de Sous, evenals de Rif. 2,8% van de bevolking (in het zuiden) is negroïde. Het aantal joden liep tussen 1969 en 1989 terug van 162.000 tot 30.000. De bevolking is ongelijkmatig over het land verspreid. Op 1/10 van de oppervlakte leeft 2/3 van de bevolking in het noordwesten en westen van het land. Het dichtst bevolkt zijn de vruchtbare gebieden aan de kust. Door de trek naar de stad neemt de bevolking in de steden jaarlijks met 5% toe. In 1995 leefde ruim 50% van de totale bevolking in steden (in 1960: 29%). Veel Marokkanen werken als gastarbeider in het buitenland, van wie 40% in Frankrijk en ca. 200.000 in Nederland. De jaarlijkse bevolkingstoename wordt op 2,4% geschat. Het geboortecijfer bedroeg in de periode 1985-1994 28%, het sterftecijfer 8%. De gemiddelde levensverwachting is 63 jaar. De kindersterfte bedroeg in 1994 4,6%. 42% van de bevolking is jonger dan 15 jaar, 43% tussen de 15 en 45 jaar, 11% tussen 45 en 65 jaar en 6% ouder dan 65 jaar (1994). De grootste steden zijn Rabat (1,4 miljoen inwoners in 1993), Casablanca (3,5 miljoen), Marrakech (1,6 miljoen), Fes (1 miljoen), Meknes (500.000) en Oujda (1 miljoen).

 

 
Talen

De officiële schrijftaal is het Arabisch. De gesproken taal is het in vele opzichten van het standaard Arabisch afwijkende Marokkaans Arabisch, dat door 60% van de bevolking gesproken wordt. 30 tot 40% spreekt het aan het Oudegyptische verwante Berbers. Frans heeft als tweede taal steeds een belangrijke plaats behouden in het openbare leven. Verder wordt in het voormalige Spaanse noorden Spaans gesproken.

 

 
Geschiedenis
Voor een uitgebreid verhaal over de geschiedenis van dit land klik hier.
 
Klimaat

Het klimaat van Marokko varieert afhankelijk van het landschap. Het berggebied heeft koude winters en matig warme, in het zuiden hete zomers. Veel neerslag valt vooral in de winter (800-1000 mm.) op de westhellingen van de Midden- en Hoge Atlas. Op de oostelijke hoogvlakte van Marokko valt aan de lijzijde van het gebergte weinig neerslag (200 mm.). In de noordelijke kustvlakten van Marokko heerst een klimaat dat typerend is voor het Middellandse-Zeegebied, naar het binnenland neemt de invloed van het continent toe.

 

 
Flora en Fauna

Planten en dieren

Het noorden van Marokko heeft een typisch mediterrane plantengroei, met o.a. kurkeiken, die sterk is beïnvloed door mens en dier. Naar het zuidwesten toe krijgt de plantengroei een meer tropisch Afrikaans aanzien door het voorkomen van cactusachtige Acacia-soorten.

In het gebergte is er op de hoogvlakten het alfagras en op de hellingen zijn nog bosrestanten. Veel voorkomende bomen zijn de kurkeik, de arganiaboom (te herkennen omdat daar vaak geiten in klimmen) en de thuja-boom, deze boom heeft mooie grote wortels en is geschikt voor meubelbewerking. .
Veel voorkomende dieren in Marokko zijn ooievaars, ezels en schapen. In het zuiden komen woestijndieren, zoals slangen en kamelen voor. De dierenwereld heeft zowel een Europees als een Afrikaans karakter. De Noord-Afrikaanse Berber- of Atlasleeuw is al in de jaren twintig van de 20ste eeuw geheel uitgeroeid, evenals het Noord-Afrikaanse hartenbeest (dat al eerder verdween) en het Atlashert een vorm van het edelhert. Slechts enkele soorten gazellen komen nog voor. Evenals de panter en het jachtluipaard zijn zij in Marokko bijna uitgestorven. Ook de enige aap, de magot, is zeldzaam geworden, vnl. als gevolg van kaalslag van de bossen. Jacht en natuurbescherming zijn wettelijk geregel, toch is vooral de stroperij door nomaden aan de noordgrens van de Sahara een probleem. In de kustwateren van Marokko is veel vis te vangen.

 

 
Bron: Landenweb