Officiële naam
:
 Republik Österreich (Republiek Oostenrijk)
 Oppervlakte
:
 83.858 km²
 Aantal inwoners
:
 8,2 miljoen (juli 2002)
 Bevolkingsdichtheid
:
 97 inwoners per km²
 Hoofdstad
:
 Wenen
 Munteenheid
:
 Euro (€)
 Wegennet
:
 De wegen in Oostenrijk zijn over het algemeen zeer goed. Voor de snelwegen is een snelwegvignet verplicht. Sommige wegen in de bergen kunnen smal zijn en er is niet altijd een vangrail. Ook zijn sommige wegen in de bergen tolwegen.
 Code auto kentekenplaat
:
 A
 Telefoon landcode
:
 43
 Internet landcode
:
 .at
 Tijdsverschil
:
GMT+1; dezelfde tijd als in Nederland
 
Algemeen & Geografische gegevens

Oostenrijk (officieel: Republik Österreich) is een bondsrepubliek en ligt in het centrum van Europa. Oostenrijk is ongeveer twee keer zo groot als Nederland. Het heeft landsgrenzen met Zwitserland en Liechtenstein in het westen, Hongarije in het oosten, Slovenië en Italië in het zuiden en Duitsland, Tsjechië en Slowakije in het noorden. Een kwart van de oppervlakte van Oostenrijk behoort tot laag- en heuvelland. De rest behoort tot het middel- en hooggebergte. De hoogste toppen bereiken een hoogte van bijna 4000 meter. De hoogste berg is de Grossglockner, bijna 3800 meter. Een groot deel van het land wordt ingenomen door de Oost-Alpen.


Naar het oosten daalt het gebergte af naar het heuvelland van het Wienerwald en naar de laagvlakte. Het Alpenvoorland loopt van de noordrand van de Alpen tot bij de hoofdstad Wenen. Het is een gebied met heuvelruggen, bossen, weiden en brede dalen. Oost-Oostenrijk bestaat uit vlakten en heuvelland. Onder invloed van het weer en de flora en fauna eroderen de Alpen en onstaat er een landschap met hoge pieken en diepe dalen. Sneeuwlawines zijn een elk jaar terugkerend fenomeen en kosten de nodige slachtoffers. 's Winters en in het voorjaar als de sneeuw gaat smelten, is de kans op sneeuwlawines het grootst. Gletsjers zijn traagstromende ijs- en sneeuwrivieren. De snelheid waarmee gletsjers zich kunnen voortbewegen bedraagt in de Alpen 30 tot 150 meter per jaar. Oostenrijk telt ongeveer 2000 Alpengletsjers. De belangrijkste rivier van Oostenrijk, de Donau, stroomt ongeveer 350 kilometer over Oostenrijkse bodem.
Oostenrijk telt ongeveer 90 meren. Vooral het stroomgebied van de Traun is rijk aan meren, o.a. de Attersee, het grootste Alpenmeer van Oostenrijk.

 
Bevolking

Het Oostenrijkse volk is ontstaan uit vele etnische groepen: Illyriërs, Kelten, Germanen, Slaven, Hongaren e.a. Oostenrijk heeft meer dan 8 miljoen inwoners en een bevolkingsdichtheid van ongeveer 95 inwoners per km2. Het grootste deel (56%) van de Oostenrijkers woont in de grote steden. In de hoofdstad Wenen woont zelfs ruim 20% van de totale bevolking.

Lees hier meer over op landenweb.com

 
Talen
De bevolking is voor 97% Duitstalig. Er is een aantal kleine bevolkingsgroepen die een andere taal spreken. In enkele delen van Burgenland wonen Hongaren (6% van de bewoners van dat land). In Wenen woont een kleine Tsjechische en Slowaakse minderheid (7000). In Karinthië en Burgenland wonen twee kleine etnische minderheden, 19.000 Slovenen in Zuid-Karinthië en 26.000 Kroaten in Burgenland.
 
Geschiedenis
Voor een uitgebreid verhaal over de geschiedenis van dit land klik hier.
 
Klimaat

Boven de 1500 meter heerst het hooggebergteklimaat. Kenmerkend zijn de grote temperatuurverschillen tussen dag en nacht, zomer en winter en noord- en zuidhelling. Door de ijle lucht stijgt de temperatuur overdag snel.
In de nacht daalt de temperatuur daarentegen weer zeer snel. Boven de 1800 meter komt de gemiddelde temperatuur in de zomer niet veel hoger dan 10°C.

Lees hier meer over op landenweb.com

 
Flora en Fauna

Planten en dieren

Oostenrijk is met 38% bos een van de bosrijkste landen van Europa. De begroeiing van de berghellingen verschilt door de temperatuurverschillen. Tot 800 meter veel akkers en weiden. Boven de 800 meter loofbomen en nog wat hoger veel naaldwouden. De boomgrens wordt bereikt na 1800 meter hoogte. Daarboven beginnen de alpenweiden (Matten). In de winter liggen de weiden onder de sneeuw, maar in de lente verschijnt een zeer gevarieerde begroeiing met felle kleuren.

In de Oostenrijkse bossen leven herten, reeën, wilde zwijnen, vossen, dassen en eekhoorns. Af en toe is een bruine beer te zien. Lynx en wilde kat zijn door de mens in de Oostenrijkse natuur gebracht. In het hooggebergte leven alpenmarmotten (Murmeltier), sneeuwhazen, steenbokken en gemzen.

Lees hier meer over op landenweb.com

 
Bron: Landenweb