Planten
De woestijnachtige kuststrook is op sommige plaatsen vrijwel
onbegroeid, op andere plaatsen bestaat de begroeiing slechts
uit wat struikjes en lage, doornige bomen als de algorobo,
een acaciasoort.
Wat verder landinwaarts neemt de vegetatie toe met veel
cactussen, vetplanten en epyfieten die zich aan rotsen en
andere planten hechten. Enkele voorbeelden zijn bromelia’s,
orchideeën en tillandsia’s.
Als de zeemist enkele maanden boven de kuststrook hangt
leeft de woestijnbegroeiing op en zijn er kortstondig bolgewassen
als lelies en begonia’s te zien.
In het uiterste noorden van het Peruaanse kustgebied komen
mangrovebossen voor.
In de vrij droge valleien van de Andes groeien onder meer
agaves, bromelia’s en cactussen, zoals de kandelaarcactus
en de meloencactus.
De vochtiger dalen hebben een gevarieerde vegetatie, waaronder
verschillende soorten orchideeën en bromelia’s.
Op 4500 meter hoogte groeit de zeldzame reuzenbromelia Puya
raimondi, met een recordstengel van wel tien meter waaraan
zo’n 20.000 bloemen eenmalig bloeien waarna ze sterft.
Tot 5000 meter komt een van de hoogst groeiende bomen voor,
de qeñoa of polylepisboom, samen met grote lupines
en de rimarina, een beschermde ranonkelsoort. Bijzonder
zijn ook de yaretas, mossen die dicht op elkaar groeien
in bolvormige structuren, o.a. d zeldzame azorella-kussens.
In de Andes zijn ook vele soorten maïs en aardappelen
te vinden. Van de maïs kennen we 49 soorten, van de
aardappel zijn honderden wilde en gekweekte soorten bekend.
De boomgrens ligt in Peru rond de 3500 tot 4000 meter. De
vegetaties tussen de boom- en sneeuwgrens worden, afhankelijk
van de hoeveelheid neerslag, paramo of puna genoemd. Punavegatatie
bestaat uit grassen, (korst)mossen en wat kruiden en struiken.
In het natte noorden van de Peruaanse Andes groeien de paramovegetaties,
naast grassen groeien hier ook mossen, varens, kruiden en
struiken. Bekende planten zijn hier de bergbromelia’s
of puya’s.
De dichtbegroeide nevelwouden liggen op de steile en vochtige
hellingen aan de oostkant van de Andes. In dit ‘Ceja
de la Montaña is het vaak nevelig en valt veel neerslag.
Op de bomen van het nevelwoud groeien vele soorten mossen,
varens, orchideeën en bromelia’s; aan de takken
hangen lange baardmossen. Op de grond groeien fuchsia’s,
begonia’s, bomarea’s en pantoffelplantjes. Daar
tussendoor staan metershoge boomvarens en bergbamboe.
Het nevelwoud gaat langzaam over in het de tropische regenwouden
van het Amazonegebied. Hier komen onder andere ca. 2500
soorten loofbomen, waaronder 80 soorten palmen. De grootste
bomen bereiken een hoogte van 60-70 meter en hebben vaak
enorme plankwortels om zich staande te houden. De kronen
van deze bomen kunnen wel een doorsnede hebben van 30 meter,
en bestaan vaak uit kleine, dikke, leerachtige bladeren.
Tegen de stammen van deze woudreuzen groeien lianen, epyfieten
en parasieten. Onder de bomen groeien vele struiken, varens,
en bladplanten als de opvallende heliconia, de aronskelk
en wilde gembers. Orchideeën groeien vaak net onder
de bladerkroon van de hoge bomen.
Enkele typische cultuurgewassen voor de Andes zijn de yuca
en de rubberboom.
Dieren
ZOOGDIEREN
De rode brulaap is een zeer luidruchtige bewoner van het
Peruaanse regenwoud, die in groepen van ca. 15 exemplaren
boven in de bomen leeft. De zwarte slingeraap beweegt zich
met grote snelheid door het bladerdak van het oerwoud. Kapucijnapen
zijn zeer intelligent; er zijn twee soorten, de bruine kapucijnaap
en de witkopkapucijnaap. In de buurt van de kapucijnapen
leven ook vaak grote groepen kleine doodshoofdaapjes, vaak
in de onderste laag van de vegetatie. Vanwege het vlees
wordt er veel op wolapen gejaagd; de meest algemene soort
in Peru is de grijze wolaap. Het nachtaapje is het enige
nachtdier onder de Zuid-Amerikaanse apen. De kleine klauw-
of dwergaapjes wegen vaak niet meer dan een halve kilo,
onder andere penseelaapjes, zijdeaapjes en leeuwaapjes.
De zadelrugtamarin komt het meest voor in Peru
De tandarme zoogdieren behoren tot de meest karakteristieke
zoogdieren van Zuid-Amerika. Gordeldieren beschermen zichzelf
tegen roofdieren door hun benige schild. In de regenwouden
van het laagland leeft het reuzengordeldier. De drie Latijns-Amerikaanse
miereneters komen allen voor in Peru. De meest algemene
is de tamandua, zeldzaam zijn de reuzenmiereneter en de
dwergmiereneter. In het bladerdak leven de op de kop aan
takken hangende trage tweeteenluiaard en de drieteenluiaard.
In de meest ontoegankelijke wouden en moerassen leeft het
bekendste en de grootste katachtige van Zuid-Amerika, de
jaguar. De poema of bergleeuw komt tot op zeer grote hoogte
voor. Andere Peruaanse katachtigen zijn de jaguaroundi,
de ocelot, de tijgerkat en de margay. De pampaskat is een
typisch dier van de bergvalleien, de Andes-kat is zeer zeldzaam
en komt alleen voor in de zuidelijke hooglanden. De reuzenotter
kan inclusief een 70 centimeter lange staart bijna 2 meter
lang worden. In Peru leven nog maar enkele tientallen exemplaren.
De zwarte brilbeer, de enige berensoort van Zuid-Amerika,
is zeer zeldzaam en komt alleen nog maar voor op de oostelijke
hellingen van de Andes. Het stinkdier komt voor tot op 4100
meter hoogte, van de kust tot in het nevelwoud aan de oostkant
van de Andes. De Andes-vos komt in het hele Andesgebied
voor en staat iets hoger op de poten dan zijn Europese en
Amerikaanse tegenhangers. De Andes-wezel valt prooidieren
aan die twee keer zo groot als hijzelf.
Van de vier soorten kameelachtigen leven alleen de vicuña
en de guanaco nog in het wild; de lama en de alpaca zijn
al duizenden jaren geleden gedomesticeerd door de hooglandindianen
van Peru. De vicuña leeft tot op zeer grote hoogte
in Zuid-Peru; de guanaco komt nog maar zelden voor in het
Peruaanse hoogland.
Tot de knaagdieren behoren de agouti, de bergvizcacha (grote
chinchillasoort) en de paca, na de capibara of waterzwijn,
het grootste knaagdier ter wereld. Een veel voorkomend diertje
is de wilde cavia of ‘cuy’. Tot de hoefdieren
behoren borstelzwijnen als de kraagpecari en witlippecari,
en verder de tapir, het grootste zoogdier van Peru. Typische
bosdieren zijn neusbeertjes of tejón. Het reservaat
Santuario Nacional de las Pampas del Heath langs de Boliviaanse
grens is de enige plaats in Peru waar het moerashert rondloopt.
Twee andere hertensoorten komen vrij veel voor, het witstaarthert
en de ‘taruka’, bijna uitgestorven en levend
op extreme hoogtes. In het nevelwoud leven twee kleine soorten
herten, het dwergspieshert en de roodkleurige Pudua humilis.
VOGELS
In Peru komen ongeveer 1800 vogelsoorten voor. De indrukwekkendste
roofvogel van Peru, en tevens de grootste roofvogel op aarde,
is de Andescondor met een spanwijdte van ca. drie meter.
Verwanten van deze gigant zijn de zwarte gier, de koningsgier
en de kalkoengier. Een opvallende roofvogel is de bergcaracara,
een zwart witte vogel met en rood, kaal gezicht. De zwaluwstaartwouw
komt voor van het Andesgebied tot aan het hooggebergte.
De nationale vogel van Peru is de rode rotshaan, die leeft
in de nevelwouden op de hellingen van de Andes. Andere bewoners
van het nevelwoud zijn de groene gaai, de gekraagde gaai,
de vetvogel en het Andes-sjakohoen, een grote bosvogel die
voornamelijk in de bomen leeft.
Twee grote toekansoorten zijn de Cuviers toekan en de smaragdarasari’s.
De grootste papegaaien van Peru zijn de vele soorten ara’s,
onder andere de blauwgele ara, de roodgroene ara, de geelvleugelara,
de rode ara en de groenvleugelara. Kleinere papegaaien zijn
de blauwkoppapegaai, grote amazone en witoogaratinga.
Kolibries komen alleen op de Amerikaanse continenten voor.
In Peru leven ongeveer vijftig soorten die zowel in het
laagland als op de hoogste toppen van de Andes leven. De
oasekolibrie leeft in de oases langs de kust, de gekraagde
inca leeft in het nevelwoudgebied.
In de lagunes en langs rivieren leven grote steltlopers
als de grote zilverreiger, witnekreiger, koereiger, schimmelkopooievaar,
roze lepelaar en de grote, maar zeldzame jabiru. Diep in
het woud langs de waterkant leven vijf soorten ijsvogels,
onder andere de grote geringde ijsvogel en de kleine pygmee-ijsvogel.
De zangvogelorde van Peru bestaat uit meer dan twintig
families en honderden soorten, zoals boomklevers, ovenvogels,
mierenvogels, mannequins, vliegenvangers, zwaluwen, gaaien,
winterkoninkjes, spotvogels, merels, wevervogels, tangaren,
vinken en mussen.
Rond de bergmeren en in de moerassige dalen leeft de geelvleugelmerel
en op 4000 meter hoogte leven onder andere de reuze Andeskoet,
blauwsnaveleenden, futen, ralreigers, Andesmeeuwen, de donkere
puna ibis en zwarte Andesganzen. De mierenetende grondspecht
leeft op de boomloze puna’s.
Oropendula’s zijn troepialen, die veel voorkomen in
de gehele tropische laagvlakte en tot 2000 meter hoogte
in het nevelwoud. De bijzondere hoatzin is een grote hoenderachtige.
De kustwoestijn herbergt een gespecialiseerde fauna, waaronder
een in holen in de grond broedend uiltje.
Opmerkelijke Amazone-vogels zijn de goudkopquetzal, paradijstanga,
witvleugeltrompetvogel, jacana, harpij, bonte kuifarend,
zwarthalscotinga, tijgerroerdomp, draadmanneke en Amerikaanse
jassana.
REPTIELEN EN AMFIBIEËN
De grootste slang van Peru is de anaconda, die wel acht
meter lang kan worden. Een andere grote wurgslang is de
boa constrictor. De Peruaanse gifslangen zijn grofweg te
verdelen in groefkopadders als de lanspuntslang of fer-de-lance
en de bontgekleurde giftige koraalslangen.
De meest algemene krokodilachtige van Peru is de brilkaaiman
en de twee keer zo grote, maar zeldzame zwarte kaaiman.
De arrau is de grootste rivierschildpad van Peru en de terekay
is een kleinere variant.
Er leven vele soorten kikkers in Peru, waarvan de kleurige
gifpijlkikkers de opvallendste zijn.
INSECTEN
In het oerwoud van Peru leven honderdduizenden soorten insecten.
De meeste opvallende zijn wandelende takken, wandelende
bladeren, lantaarnvliegen, termieten en parasolmieren.
VISSEN
Een van de grootste vissen van het Amazonegebied is de zwartwitte
meerval surubí. Piranha’s zijn roofvissen die
zelfs voor de mens gevaarlijk kunnen zijn. Ongevaarlijk
maar wel nieuwsgierig zijn de zoetwaterdolfijnen. De ‘paiche’
is een primitieve vissoort die een lengte van twee meter
kan bereiken en een gewicht van meer dan 80 kilo.