Officiële naam
:
 República del Perú
 Oppervlakte
:
 1285015 km²
 Aantal inwoners
:
 27,1 miljoen
 Bevolkingsdichtheid
:
 - inwoners per km²
 Hoofdstad
:
 Lima
 Munteenheid
:
 Nw Sol
 Wegennet
:
 De totale lengte van het wegennet in Peru bedroeg in 2004 ongeveer 78.554 km, waarvan slechts 14,1 procent bestraat is. Dit is volgens de regionale en internationale standaard een extreem laag percentage. De meeste wegen hebben bovendien te kampen met achterstallig onderhoud. De belangrijkste verharde snelweg is de Pan American, die over de hele lengte van het land loopt, van de grens met Ecuador tot die met Chili. Het wegdek is dankzij een IADB-financiering (Inter-American Development Bank) vrijwel geheel vernieuwd. Een tolsysteem is ingevoerd om toekomstig onderhoud te bekostigen. De Carretera Central (centrale snelweg) loopt oostelijk van Lima naar het economisch belangrijke mijn- en landbouwgebied van de centrale Andes. Ook van deze weg is het wegdek vernieuwd. De Carretera Marginal de la Selva loopt van het departement Cajamarca over de oostelijke hellingen van de Andes tot diep in de Selva, in het departement Madre de Diós. Deze weg is van groot belang geweest voor de ontsluiting van enorme stukken land voor de landbouw. Door gebrekkig onderhoud zijn grote delen van de weg echter afgesloten gedurende het regenseizoen (van oktober tot april).
Een belangrijk infrastructuurproject (ter waarde van 700 miljoen US dollar) is de aanleg van de Interoceanic Highway, een weg die de landen Peru, Bolivia en Brazilië met elkaar verbindt. De weg verbindt specifiek de Braziliaanse staten Acre en Pando met de zuidelijke regio van Peru, wat een stimulans is voor de regionale handel.
 Kentekenplaat
:
 PE
 Telefoon landcode
:
 0051
 Internet landcode
:
 .pe
 Tijdsverschil
:
GMT-6 / -7
 
Algemeen & Geografische gegevens

Peru (officieel: República del Perú), is een republiek in Zuid-Amerika. De totale oppervlakte van Peru is 1.285.216 km2, inclusief 4997 km2 van het Peruaanse deel van het Titicacameer en exclusief 95 km2 van de eilanden in de Grote Oceaan. Peru komt wat grootte betreft in Zuid-Amerika op de derde plaats, achter Brazilië en Argentinië. Het land is ongeveer 35 keer zo groot als Nederland.
Peru ligt langs de kust van de Stille Oceaan (2400 km lange kustlijn) en wordt begrensd door Colombia (1496 km) en Ecuador (1420 km) in het noorden, Brazilië (1560 km) in het oosten en door Bolivia (900 km) en Chili (160 km) in het zuiden


Lees hier meer over op landenweb.com

 
Bevolking

Naar schatting bestaat de Peruaanse bevolking voor 47% uit raszuivere indianen, voor 32% uit mestiezen en 12% uit blanken, voornamelijk van Spaanse afkomst; 3% is van Aziatische en Afrikaanse herkomst. De meeste indianen wonen in de Andes en in het Amazonegebied terwijl blanken en mestiezen veelal aan de kust wonen, en dan nog met name in grote steden als Lima, Arequipa en Trujillo. Op de sociale ladder staan de blanken nog steeds op de hoogste trede, daarna komen de mestiezen en ver daaronder pas de indianen. Na Bolivia is Peru het Zuid-Amerikaanse land met het grootste percentage indianen.
De zwarten stammen af van slaven uit Afrika die op de hacienda’s werden ingezet; Geschat wordt dat er tot 1810 meer dan 800.000 in Peru aankwamen. De meeste zwarten wonen in de buurt van Chincha, ten zuiden van Lima, omdat daar vroeger grote suikerplantages gevestigd waren.
De Chinezen en Japanners kwamen tussen 1850 en 1920 naar Peru als mankracht voor de aanleg van spoorlijnen. Fujimori was de eerste president van Japanse afkomst. Tussen 1876 en 1920 vestigden zich ook veel immigranten uit Europa zich in Peru: Italianen, Spanjaarden, Fransen, Engelsen en Duitsers.

De indianen van de bergstreken, ook wel hooglandindianen genoemd, behoren voornamelijk tot de Quechua’s, in de streek rond het Titicacameer wonen vooral Aymarás. De Quechua’s zijn onder te verdelen in verschillende groepen, die zich van elkaar onderscheiden in klederdracht, gebruiken en de streek waar ze wonen.
Een unieke groep Aymará-indianen vormen de Uros, die leven in de baai van Puno op drijvende eilanden die gemaakt zijn van totora-riet. De laatste decennia is hun cultuur sterk in het gedrang gekomen door het toenemende toerisme en gemengde huwelijken met Aymarás.
In het Amazonegebied wonen verschillende kleine stammen met ieder een aparte taal en eigen gewoontes en gebruiken. Deze regenwoudindianen zijn de oorspronkelijke bewoners van het Amazone-laagland. De levensstijl van sommige stammen is door het contact met de westerse mens grondig gewijzigd. Andere stammen vermijden bijna elk contact met de westerse mens.
In de omgeving van Iquitos wonen Yahua’s en Shipibo’s; in het centrale deel van het regenwoud wonen de Ashaninka’s en Machiguenga’s; in de omgeving van het nationale park Manu wonen Mashco’s, Piro’s en Yora’s. Twee stammen waarvan men eigenlijk alleen weet dat ze bestaan heten Mashco Piro en Kogapacori en leven in de zuidoostelijke jungle. In de omgeving van Tarapoto wonen de Lamas-indianen.
Vroeger leidden al deze stammen een semi-nomadisch bestaan, nu leven ze vaak op een vaste plaats door het gebruik van moderne vervoersmiddelen. De voornaamste bestaansmiddelen zijn nog steeds landbouw en jacht. Sommige stammen verdienen er met kunstnijverheid voor de toeristen nog een centje bij. Aan de andere kant vormt vooral het toerisme voor de echte natuurvolken een serieuze bedreiging. Hun jachtgebieden worden verstoord en hun sociale leven en tradities komen onder zware druk te staan.
Vandaag de dag leven er nog ca. 200.000 Amazone-indianen in Peru, verdeeld in 53 etnische groeperingen, die talen spreken uit 12 verschillende linguïstische families. Sommige groepen, zoals de Toyeri, bestaan slechts uit enkele tientallen personen. Andere, zoals de Machiguenga en de Campa, hebben een bevolking van enkele tienduizenden personen.

 
Talen
Naast het Spaans, dat in Peru ‘Castellano’ genoemd wordt, heeft sinds 1975 ook het Quechua, gesproken door de indianen van het centrale bergland, de status van officiële taal; de indianen rond het Titicacameer spreken Aymará en de Amazone-indianen spreken weer een veelheid van hieraan niet-verwante talen.
Spaans wordt door ca. 70% van de bevolking gesproken. Het Quechua wordt door de meerderheid van de indiaanse bevolking gesproken. Het Aymará wordt nog door zo’n twee miljoen mensen in Peru en Bolivia gesproken. Het Quechua en het Aymará waren geen geschreven talen en hebben ook nu nog stees geen officiële spellingswijze, waardoor de spelling van plaats tot plaats verschilt.
De Amazone-indianen zijn verdeeld in 53 etnische groeperingen die talen spreken uit 12 verschillende linguïstische families.

 
Geschiedenis
Voor een uitgebreid verhaal over de geschiedenis van dit land klik hier.
 
Klimaat

Het laagland ligt geheel in het gebied van het tropische regenklimaat. De temperaturen en de regenval zijn overal hoog, vooral in het noordoosten. Zo heeft Iquitos een gemiddelde temperatuur 32°C en er valt bijna 3000 mm neerslag per jaar. De natste plaatsen van Peru liggen op de oostelijke hellingen.
De regentijd duurt van januari tot april, en overstromingen en aardverschuivingen zijn dan geen zeldzaamheid. Gedurende de droge tijd (mei-oktober) regent het soms weken achter elkaar niet.
In de zuidelijke regenwouden komen onverwachte koufronten uit het zuiden voor, die ‘friajes’ worden genoemd. Ze veroorzaken winderige, regenachtige dagen met dagtemperaturen van 13°-18°C en nachttemperaturen tot 10°C.


Geheel anders is het klimaat in de bergen en op de Altiplano, de hoogvlakte. Hier heerst, al naar gelang de hoogte en de ligging een gematigd tot zelfs een arctisch klimaat. De gematigde streken zijn soms regenrijk, soms droog. De droogste tijd in de bergen ligt tussen mei en oktober, maar in de maanden juni tot augustus zijn er af en toe ‘nevada’s’, met sneeuwval op de toppen en hagel of regen in de dalen. Rond de 4700 meter hoogte variëren de temperaturen van 20°C overdag tot -15°C ’s nachts.
In de regentijd (oktober-april) ontvangen de oostelijke hellingen onder invloed van de passaat nog veel neerslag. De hoogvlakte en de lengtedalen liggen echter in de regenschaduw van de hoge Cordillera's. Op de zuidelijke hoogvlakten komen aanzienlijke temperatuurverschillen tussen dag en nacht voor en hier lijkt een toendraklimaat te heersen.
De sneeuwgrens ligt in de Cordillera Blanca meestal iets onder de 5000 meter. In verder naar het zuiden en verder landinwaarts gelegen delen van de Andes schuift deze op tot wel 6000 meter.


De westkust is droog. De zuidoostpassaat waait hier van zuid naar noord parallel aan de kust, maar heeft onder invloed van de koude Peru- of Humboldtstroom en de felle tropenzon een geringe vochtigheid, zodat bij stijging voor de kust alleen nevel en motregen (garúa of camanchaca) worden gevormd. Door de koude Perustroom, met water uit het zuidpoolgebied, zijn de temperaturen aan de kust ca. 5 °C lager dan die op dezelfde hoogte aan de Atlantische kust van Zuid-Amerika. Vooral de hoofdstad Lima heeft er in de maanden april-november veel last van. Augustus heeft dan temperaturen tussen 13-17°C, terwijl de temperatuur normaal gesproken schommelt tussen 20°-26°C. De jaarlijkse neerslag bij Lima is gemiddeld 34 mm; vaak valt er jaren achtereen geen neerslag.
De droge tijd wordt eens in de zoveel jaar onderbroken door El Niño, een van de evenaar afkomstige warme stroom. Meestal gebeurt dit in de maand december en in 1998 richtte El Niño zeer veel schade aan in met name Noord-Peru. Talloze dorpen kregen te maken met zware overstromingen en modderstromen. In het El Niño-seizoen 1982/1983 ontving Lima meer dan 1000 mm neerslag!

Voor klimaattabellen zie: Landenweb.net

 
Flora en Fauna

Planten


De woestijnachtige kuststrook is op sommige plaatsen vrijwel onbegroeid, op andere plaatsen bestaat de begroeiing slechts uit wat struikjes en lage, doornige bomen als de algorobo, een acaciasoort.
Wat verder landinwaarts neemt de vegetatie toe met veel cactussen, vetplanten en epyfieten die zich aan rotsen en andere planten hechten. Enkele voorbeelden zijn bromelia’s, orchideeën en tillandsia’s.
Als de zeemist enkele maanden boven de kuststrook hangt leeft de woestijnbegroeiing op en zijn er kortstondig bolgewassen als lelies en begonia’s te zien.
In het uiterste noorden van het Peruaanse kustgebied komen mangrovebossen voor.

In de vrij droge valleien van de Andes groeien onder meer agaves, bromelia’s en cactussen, zoals de kandelaarcactus en de meloencactus.
De vochtiger dalen hebben een gevarieerde vegetatie, waaronder verschillende soorten orchideeën en bromelia’s. Op 4500 meter hoogte groeit de zeldzame reuzenbromelia Puya raimondi, met een recordstengel van wel tien meter waaraan zo’n 20.000 bloemen eenmalig bloeien waarna ze sterft. Tot 5000 meter komt een van de hoogst groeiende bomen voor, de qeñoa of polylepisboom, samen met grote lupines en de rimarina, een beschermde ranonkelsoort. Bijzonder zijn ook de yaretas, mossen die dicht op elkaar groeien in bolvormige structuren, o.a. d zeldzame azorella-kussens.
In de Andes zijn ook vele soorten maïs en aardappelen te vinden. Van de maïs kennen we 49 soorten, van de aardappel zijn honderden wilde en gekweekte soorten bekend.
De boomgrens ligt in Peru rond de 3500 tot 4000 meter. De vegetaties tussen de boom- en sneeuwgrens worden, afhankelijk van de hoeveelheid neerslag, paramo of puna genoemd. Punavegatatie bestaat uit grassen, (korst)mossen en wat kruiden en struiken.
In het natte noorden van de Peruaanse Andes groeien de paramovegetaties, naast grassen groeien hier ook mossen, varens, kruiden en struiken. Bekende planten zijn hier de bergbromelia’s of puya’s.

De dichtbegroeide nevelwouden liggen op de steile en vochtige hellingen aan de oostkant van de Andes. In dit ‘Ceja de la Montaña is het vaak nevelig en valt veel neerslag.
Op de bomen van het nevelwoud groeien vele soorten mossen, varens, orchideeën en bromelia’s; aan de takken hangen lange baardmossen. Op de grond groeien fuchsia’s, begonia’s, bomarea’s en pantoffelplantjes. Daar tussendoor staan metershoge boomvarens en bergbamboe.
Het nevelwoud gaat langzaam over in het de tropische regenwouden van het Amazonegebied. Hier komen onder andere ca. 2500 soorten loofbomen, waaronder 80 soorten palmen. De grootste bomen bereiken een hoogte van 60-70 meter en hebben vaak enorme plankwortels om zich staande te houden. De kronen van deze bomen kunnen wel een doorsnede hebben van 30 meter, en bestaan vaak uit kleine, dikke, leerachtige bladeren. Tegen de stammen van deze woudreuzen groeien lianen, epyfieten en parasieten. Onder de bomen groeien vele struiken, varens, en bladplanten als de opvallende heliconia, de aronskelk en wilde gembers. Orchideeën groeien vaak net onder de bladerkroon van de hoge bomen.
Enkele typische cultuurgewassen voor de Andes zijn de yuca en de rubberboom.


Dieren

ZOOGDIEREN
De rode brulaap is een zeer luidruchtige bewoner van het Peruaanse regenwoud, die in groepen van ca. 15 exemplaren boven in de bomen leeft. De zwarte slingeraap beweegt zich met grote snelheid door het bladerdak van het oerwoud. Kapucijnapen zijn zeer intelligent; er zijn twee soorten, de bruine kapucijnaap en de witkopkapucijnaap. In de buurt van de kapucijnapen leven ook vaak grote groepen kleine doodshoofdaapjes, vaak in de onderste laag van de vegetatie. Vanwege het vlees wordt er veel op wolapen gejaagd; de meest algemene soort in Peru is de grijze wolaap. Het nachtaapje is het enige nachtdier onder de Zuid-Amerikaanse apen. De kleine klauw- of dwergaapjes wegen vaak niet meer dan een halve kilo, onder andere penseelaapjes, zijdeaapjes en leeuwaapjes. De zadelrugtamarin komt het meest voor in Peru

De tandarme zoogdieren behoren tot de meest karakteristieke zoogdieren van Zuid-Amerika. Gordeldieren beschermen zichzelf tegen roofdieren door hun benige schild. In de regenwouden van het laagland leeft het reuzengordeldier. De drie Latijns-Amerikaanse miereneters komen allen voor in Peru. De meest algemene is de tamandua, zeldzaam zijn de reuzenmiereneter en de dwergmiereneter. In het bladerdak leven de op de kop aan takken hangende trage tweeteenluiaard en de drieteenluiaard.

In de meest ontoegankelijke wouden en moerassen leeft het bekendste en de grootste katachtige van Zuid-Amerika, de jaguar. De poema of bergleeuw komt tot op zeer grote hoogte voor. Andere Peruaanse katachtigen zijn de jaguaroundi, de ocelot, de tijgerkat en de margay. De pampaskat is een typisch dier van de bergvalleien, de Andes-kat is zeer zeldzaam en komt alleen voor in de zuidelijke hooglanden. De reuzenotter kan inclusief een 70 centimeter lange staart bijna 2 meter lang worden. In Peru leven nog maar enkele tientallen exemplaren. De zwarte brilbeer, de enige berensoort van Zuid-Amerika, is zeer zeldzaam en komt alleen nog maar voor op de oostelijke hellingen van de Andes. Het stinkdier komt voor tot op 4100 meter hoogte, van de kust tot in het nevelwoud aan de oostkant van de Andes. De Andes-vos komt in het hele Andesgebied voor en staat iets hoger op de poten dan zijn Europese en Amerikaanse tegenhangers. De Andes-wezel valt prooidieren aan die twee keer zo groot als hijzelf.

Van de vier soorten kameelachtigen leven alleen de vicuña en de guanaco nog in het wild; de lama en de alpaca zijn al duizenden jaren geleden gedomesticeerd door de hooglandindianen van Peru. De vicuña leeft tot op zeer grote hoogte in Zuid-Peru; de guanaco komt nog maar zelden voor in het Peruaanse hoogland.

Tot de knaagdieren behoren de agouti, de bergvizcacha (grote chinchillasoort) en de paca, na de capibara of waterzwijn, het grootste knaagdier ter wereld. Een veel voorkomend diertje is de wilde cavia of ‘cuy’. Tot de hoefdieren behoren borstelzwijnen als de kraagpecari en witlippecari, en verder de tapir, het grootste zoogdier van Peru. Typische bosdieren zijn neusbeertjes of tejón. Het reservaat Santuario Nacional de las Pampas del Heath langs de Boliviaanse grens is de enige plaats in Peru waar het moerashert rondloopt. Twee andere hertensoorten komen vrij veel voor, het witstaarthert en de ‘taruka’, bijna uitgestorven en levend op extreme hoogtes. In het nevelwoud leven twee kleine soorten herten, het dwergspieshert en de roodkleurige Pudua humilis.


VOGELS
In Peru komen ongeveer 1800 vogelsoorten voor. De indrukwekkendste roofvogel van Peru, en tevens de grootste roofvogel op aarde, is de Andescondor met een spanwijdte van ca. drie meter. Verwanten van deze gigant zijn de zwarte gier, de koningsgier en de kalkoengier. Een opvallende roofvogel is de bergcaracara, een zwart witte vogel met en rood, kaal gezicht. De zwaluwstaartwouw komt voor van het Andesgebied tot aan het hooggebergte.

De nationale vogel van Peru is de rode rotshaan, die leeft in de nevelwouden op de hellingen van de Andes. Andere bewoners van het nevelwoud zijn de groene gaai, de gekraagde gaai, de vetvogel en het Andes-sjakohoen, een grote bosvogel die voornamelijk in de bomen leeft.
Twee grote toekansoorten zijn de Cuviers toekan en de smaragdarasari’s. De grootste papegaaien van Peru zijn de vele soorten ara’s, onder andere de blauwgele ara, de roodgroene ara, de geelvleugelara, de rode ara en de groenvleugelara. Kleinere papegaaien zijn de blauwkoppapegaai, grote amazone en witoogaratinga.

Kolibries komen alleen op de Amerikaanse continenten voor. In Peru leven ongeveer vijftig soorten die zowel in het laagland als op de hoogste toppen van de Andes leven. De oasekolibrie leeft in de oases langs de kust, de gekraagde inca leeft in het nevelwoudgebied.
In de lagunes en langs rivieren leven grote steltlopers als de grote zilverreiger, witnekreiger, koereiger, schimmelkopooievaar, roze lepelaar en de grote, maar zeldzame jabiru. Diep in het woud langs de waterkant leven vijf soorten ijsvogels, onder andere de grote geringde ijsvogel en de kleine pygmee-ijsvogel.

De zangvogelorde van Peru bestaat uit meer dan twintig families en honderden soorten, zoals boomklevers, ovenvogels, mierenvogels, mannequins, vliegenvangers, zwaluwen, gaaien, winterkoninkjes, spotvogels, merels, wevervogels, tangaren, vinken en mussen.

Rond de bergmeren en in de moerassige dalen leeft de geelvleugelmerel en op 4000 meter hoogte leven onder andere de reuze Andeskoet, blauwsnaveleenden, futen, ralreigers, Andesmeeuwen, de donkere puna ibis en zwarte Andesganzen. De mierenetende grondspecht leeft op de boomloze puna’s.
Oropendula’s zijn troepialen, die veel voorkomen in de gehele tropische laagvlakte en tot 2000 meter hoogte in het nevelwoud. De bijzondere hoatzin is een grote hoenderachtige. De kustwoestijn herbergt een gespecialiseerde fauna, waaronder een in holen in de grond broedend uiltje.

Opmerkelijke Amazone-vogels zijn de goudkopquetzal, paradijstanga, witvleugeltrompetvogel, jacana, harpij, bonte kuifarend, zwarthalscotinga, tijgerroerdomp, draadmanneke en Amerikaanse jassana.

REPTIELEN EN AMFIBIEËN
De grootste slang van Peru is de anaconda, die wel acht meter lang kan worden. Een andere grote wurgslang is de boa constrictor. De Peruaanse gifslangen zijn grofweg te verdelen in groefkopadders als de lanspuntslang of fer-de-lance en de bontgekleurde giftige koraalslangen.
De meest algemene krokodilachtige van Peru is de brilkaaiman en de twee keer zo grote, maar zeldzame zwarte kaaiman.
De arrau is de grootste rivierschildpad van Peru en de terekay is een kleinere variant.
Er leven vele soorten kikkers in Peru, waarvan de kleurige gifpijlkikkers de opvallendste zijn.


INSECTEN
In het oerwoud van Peru leven honderdduizenden soorten insecten. De meeste opvallende zijn wandelende takken, wandelende bladeren, lantaarnvliegen, termieten en parasolmieren.


VISSEN
Een van de grootste vissen van het Amazonegebied is de zwartwitte meerval surubí. Piranha’s zijn roofvissen die zelfs voor de mens gevaarlijk kunnen zijn. Ongevaarlijk maar wel nieuwsgierig zijn de zoetwaterdolfijnen. De ‘paiche’ is een primitieve vissoort die een lengte van twee meter kan bereiken en een gewicht van meer dan 80 kilo.

 
Bron: Landenweb