Planten
De oorspronkelijke flora in het noordwesten van de Verenigde
Staten heeft sterk geleden onder de ontginning van het land.
Op de uitgestrekte grasvlakten groeiden oorspronkelijk manshoge
grassoorten, met het zogenaamde ‘tall grass’
(1,5-2 meter hoog), in Iowa en Kansas. In het Konza Prairie
Research Natural Area bij Topeka wordt de oorspronkelijke
vegetatie nog beschermd. Meer naar het westen op hogere
en schrale grond groeit ‘short grass’, een kortere
variant. In delen van de staten Idaho, Oregon, Washington
en Wyoming heersen woestijnachtige omstandigheden, waar
saliestruiken de overhand hebben. De oostelijke grasvlakten
zijn ondertussen ontwikkeld tot landbouwgebied, terwijl
in de westelijke delen de veeteelt overheerst. Door de overvloedige
regenval zijn de westelijke hellingen van de Rocky Mountains
met schitterende bossen bedekt: rode ceders, douglassparren
en sequoia’s.
Lees hier meer over op landenweb.com
Dieren
Ten noorden van Mexico vinden we negen orden van land-
en amfibische zoogdieren met ca. 370 soorten. Hiervan komen
ca. 20 soorten alleen in Alaska (en Canada) voor, zoals
halsbandlemming, poolvos, ijsbeer, muskusos en verschillende
soorten zeehonden. Zuidelijke soorten als de halsbandpekari
en de Allen-ezelhaas komen alleen maar in de Verenigde Staten
voor.
De orde van de buideldieren is maar met één
soort vertegenwoordigd, de Virginiaanse opossum. Ook de
orde van de gordeldieren kent maar één soort,
het negenbandgordeldier. De laatste orde met maar één
soort is die van de zeekoeien, de Caribische lamantijn.
Lees hier meer over op landenweb.com